Overdenkingen

Een tussentijdse conclusie

Een tussenconclusie in de één-na-laatste-maand van de officiële onderzoeksperiode die tot 31 maart loopt.

  1. Mijn eigen Quality of Life is enorm verbeterd. Door me er zo in te verdiepen, er ruimte aan te geven, de reizen te maken en ook zeker door de inspiraties uit de interviews: het heeft me geraakt. Oude pijnen zoals heimwee en jezelf kunnen verliezen, hebben een plek gekregen en is er een nieuwe TijdRuimte voor me ontstaan: een thuiskomen. Daar ben ik heel dankbaar voor.
  2. Uit de interviews blijkt dat in Quality of Life keuzevrijheid een rol speelt en vooral ook: jezelf vinden, weten wie je bent, verinnerlijking, relaties. Opmerkelijk is dat niemand van de geïnterviewden had het over de dimensies die internationaal en nationaal (bijvoorbeeld door het CBS) gebruikt worden zoals bijvoorbeeld in het report waar Prof Robert Erikson naar refereert: health, education, personal activities, political voice and governance, social connections, environmental conditions, personal insecurity and economic insecurity. Behalve dan social connections: relaties zijn heel belangrijk! Dat komt ook zo mooi uit het Harvard onderzoek naar voren: vooral het feit dat er iemand is die je helpt als het echt nodig is, zorgt voor een goede Quality of Life. Verder hebben Jacques Slierendrecht en Wim Ponsen vanuit hun achtergrond over educatie gesproken. Echter er is door de geïnterviewden vrijwel niets gezegd over gezondheid, persoonlijke activiteiten, politiek, omgeving, persoonlijk en economische onzekerheid.
    Als je onder één noemer wil brengen waar Quality of Life door bepaald wordt dan zeg ik: hoe sta je in het leven?
  3. De ‘substanties’ waar TijdRuimtes met een goede Quality of Life uit lijken te bestaan, zijn ‘zachte materialen’ zoals: dankbaarheid, kwetsbaarheid, openheid, vertrouwen, geloof, liefde, enthousiasme, verlangen, vreugde, luisteren, loslaten, verbondenheid, heling.
    Ik dacht een ‘hard’ model over Quality of Life te kunnen vinden… en uit de hooiberg komen deze zachte eigenschappen… Dit zijn allemaal ‘vanbinnen zaken’ en de dimensies die internationaal gehanteerd worden zijn ‘vanbuiten zaken’.
  4. Spelen de verschillende bewustzijnsgebieden van zien, horen, proeven, ruiken, voelen en ook denken in Quality of Life een rol? In de Boeddhistische filosofie is denken een bewustzijnscentrum: alsof gedachten niet van jezelf zijn maar het net als bij zien extern objecten zijn (een boom, een huis, een auto). Daarom ook in meditatie: je gedachten observeren. Deze bewustzijnscentra zijn vaak niet op hetzelfde gericht. Je zit achter je beeldscherm te tikken en dus vooral in je hoofd: denken. Misschien ook wel voelen maar de tast van je vingers op het beeldscherm of keyboard zijn inhoudelijk niet gerelateerd tot elkaar. En je eet een chocolaatje; een smaak die los staat van de inhoud op het beeldscherm.
    Is het doordat de bewustzijnscentra niet coherent actief zijn dat er (interne) conflicten ontstaan? We lijken gefragmenteerd actief te zijn. Elke bewustzijnsvermogen richt zich op een ander deel van de werkelijkheid.
  5. Wijzen daar de stellingen van de geïnterviewde ook niet naar? Is het jezelf leren kennen, verbonden zijn, naar de bron gaan, denken en voelen op één lijn brengen dan ook niet een andere manier om te zeggen dat we zo coherent mogelijk willen zijn? In meditatie ga je naar een meer fijnstoffelijk bewustzijn en daar is sowieso dus meer coherentie.
  6. Zijn we het gelukkigst als we zoveel mogelijk bewustzijn aandachtig zijn en zijn we dan impliciet verbonden en gefocust?
  7. Dus heeft Quality of Life vooral te maken met coherent te zijn? Dus de bewustzijnsgebieden laten aansluiten, focus, fijner en dieper bewustzijn en daarmee effectiever, meer synchroniciteit, je leven kloppend maken?

Je kunt het ook tussentijdse vragen noemen; op naar een coherente eindsprint!