Interviews

Jaap van den Berg: weet zo min mogelijk en leef!

‘Waarom gaat het goed in je leven?’ is een project in Gouda van Jaap van den Berg waarbij hij mensen op straat aanspreekt en op een bepaalde manier vraagt hoe het met hun kwaliteit van leven staat. Hij vraagt bewust niet of het goed of slecht gaat. Een project dat wijst naar het Goede. Wat doet dat met hemzelf? Jaap is een kunstenaar met een lange levenservaring dat hem uiteindelijk brengt op…?

 

Kun je svp een korte introductie geven over jezelf? Je bent fotograaf, beeldend kunstenaar, filmer, filosoof.
Ik heb vroeger altijd gevonden dat ik twee lijnen had. Eén lijn: ik was zelfstandig ondernemer als beeldmaker: grafisch ontwerper, fotograaf, kunstenaar. En een andere lijn was, nadat ik mijn jeugd een hele ernstige ziekte heb gehad, dat ik vanaf dat moment naar balans zocht. Twee rode draden in mijn leven.

Dat ene is beeld maken, als zelfstandige zonder dienstverband, altijd op mezelf waardoor ik veel vrijheid had om ook die andere kant te doen: de tijd te nemen om weer terug op aarde te komen, in balans te komen. De laatste tijd komt dat steeds meer samen. Dus in de projecten die ik nu doe, draag ik uit wat ik gevonden heb in het zoeken naar balans.

Wat heb je gevonden in de balans?
Wat ik gevonden heb… ik denk dat ik… eigenlijk is dat niet zo goed te zeggen. Wat ik zou kunnen beschrijven, is een reis die ik gemaakt heb. In mijn jeugd ben ik van de aarde geslingerd en ik ben heel langzaam, in de jaren daarna, zo’n 50 jaar heeft dat geduurd, weer terug op aarde gekomen.

Dat komt door die ziekte?
Ja en een slechte ervaring in een ziekenhuis. Waar ik heel lang in gelegen heb.

Kun je daarover iets vertellen?
Ik heb een nierafwijking gehad in ’56 en toen wisten ze nog niet helemaal wat ze daarmee aan moesten dus ik heb zware medicijnen gehad en ik heb twee jaar in een ziekenhuis gelegen. Dat heeft me losgerukt.

Hoe oud was je toen?
5,5 jaar. Van m’n 5,5 tot m’n 7,5.

Afschuwelijk om zo lang van je familie weg te zijn
Toen ik daar terugkwam, was dat eigenlijk mijn familie niet meer. En ik heb ook een nare ervaring gehad tijdens een operatie. Want ze vonden dat ze geen verdoving mochten gebruiken omdat de nieren daar niet goed tegen zouden kunnen. Dat is het verhaal een beetje. Door middel van Oosterse filosofie, yoga, tantra, emotioneel leggingswerk, meditatie, zen-meditatie, noem maar op. Allerlei technieken heb ik op mezelf toegepast, ook therapie, Gestalt-therapie, ook neuro-feedback therapie, posttraumatische stressstoornisbehandelingen. Al die facetten heb ik onderzocht om uiteindelijk weer op aarde te komen. Dat was tot op mijn 52ste jaar.

Je bent op je 52ste jaar geland?
Ja.

Kun je daarover vertellen?
Toen ging er een relatie van mij kapot. Die hield op en dat was voor mij de reden – de zoveelste relatie – om toch nog eens een keer nog dieper te onderzoeken wat nou mijn probleem was, wat ik zou kunnen doen om meer in balans te komen en toen heb ik drie verschillende therapieën gevolgd die er uiteindelijk toe leidde dat ik een soort van… ja verlost werd van de posttraumatische stressstoornis. Meer het gevoel ging krijgen dat ik terug op aarde was.

Hoe uitte zich dat je wist dat je weer op deze aarde was?
Dat ik veel meer verbinding begon te voelen tussen mij en anderen. En tussen mij en de aarde. Meer tot rust kwam. Minder angst. Er was bijvoorbeeld daarvoor nog behoorlijk veel angst. Daarna… de angst die er, in mijn geval altijd wel een beetje is, die is zoveel lager geworden, minder heftig. Daar meet ik dat dan aan.

De verbintenis met de aarde hoe voel je dat?
Ja, heel simpel. Gewoon doordat ik met twee voeten op de grond sta. Gewoon. Je kan er heel mystiek over doen maar het is gewoon.

Je voelt je voeten dan?
Ja, zeker. Omdat je minder bang bent, hoef je ook niet te rennen. En kan je stilstaan. Omdat je minder piekert, is je hoofd dichter bij de aarde.

Dat zijn natuurlijk woorden… maar wat voel je?
Wat ik voel is, is dat ik mijn benen beter voel. Mijn reactie op anderen.

Ik ben door al die ervaringen hoog sensitief. Heel gevoelig. Dus ik voel heel veel van wat er bij andere mensen leeft. Dat was toentertijd ook nodig omdat ik mezelf moest indekken in zo’n omgeving als een ziekenhuis. Maar ook later. Ik ben tot mijn 35ste ziek geweest. En op mijn 35ste is dat overgegaan. Dus ja.

Met je nieren ben je tot je 35ste ziek geweest?
Ja. En vanaf mijn 5de tot en met 35ste heb ik bijna wekelijks twee dagen migraine gehad.

Heb je toen nog gewerkt, geleerd of heb je…?
Ja, ik heb heel veel gedaan.

Van 12 ambachten, 13 ongelukken?
Nee, nee. Ik ben naar de Academie gegaan [Kunstacademie] en ik heb die cum laude afgemaakt.

Je bent daarna gelijk als kunstenaar begonnen?
Niet als kunstenaar maar als grafisch kunstenaar. Dus vanaf de academieperiode tot nu ben ik zelfstandig ondernemer. Een zelfstandig beroep dat alles te maken had met grafische vormgeving, huisstijlen voor bedrijven, fotografie, logo’s, boeken ontworpen, enz. En het fijne om zelfstandig te zijn was dat ik veel tijd kon besteden, dat was ook wel nodig, veel tijd moest besteden aan mijn eigen balans en gezondheid. Als je zo vaak migraine hebt dan ben je ook geen betrouwbare medewerker. Ik voelde ook altijd die onrust en dat verlangen naar vrijheid en dat heeft mij goed gedaan omdat dat te kunnen combineren. Als ik een baan had gehad dan had ik dat niet gekund.

Een eigen zelfstandig ondernemer bestaan levert ook wel stress op?
Ja maar minder.

En je hebt je boterham verdiend
Daar ben ik ook best wel trots op. Trots op dat ik tot op de dag van vandaag met dat werk geld heb verdiend. En soms komt het wel voor dat het geld dat ik verdien weer steek in projecten die te maken hebben met mijn beeldende kunstenaarschap.

 

Mooi dat je dat kan combineren. Je doet ook fotografie. Er hangen daar ook een paar [achter Jaap]. Die zijn van jouw neem ik aan? Dat is een bekende stijl. Fotografie heeft ook te maken met framing. Is Quality of Life ook niet een framing?
Dat is waar dat project van mij over gaat: ‘Waarom gaat het goed in je leven?’. Er is een meneer die heeft net de helft van zijn duim afgezaagd en dan zegt hij van het gaat niet goed. Dan denk ik bij mezelf van je had ook naar je hand kunnen kijken – framing – en die zit er nog aan. Het is wel vervelend, het is ook niet leuk, ik zou het niemand toewensen maar als het dan toch moet gebeuren dan maar een klein stukje in plaats van een heleboel.

En waarom gaat het goed? Kijk je naar een half vol glas of kijk je naar een half leeg glas?

Toen ik begon met werken trok de fotografie me omdat ik me met andere mensen kon verhouden van achter een camera. Ik kon mezelf veilig verbergen. En ik kon ook in de donkere kamer zitten. Dus ik had mijn eigen wereldje en dat had wel iets. Op een gegeven moment, toen ik me beter ging voelen, ben ik vanachter de camera gekomen. Toen ben ik veel huisstijlen gaan maken waarbij ik eerst met de mensen ging praten en dan maakte ik iets voor ze en dan ontstonden daar vaak vervolgopdrachten uit en dan, ik zat niet meer achter de camera, deed ik iets functioneel met mensen. Er is ook een periode geweest dat ik het zo interessant vond om die huisstijlen voor bedrijven te maken dat ik dacht van bij zo’n huisstijl is belangrijk: wat wil je nu eigenlijk uitstralen? Wat wil je nu eigenlijk laten zien als directeur van je bedrijf? Daar ontstonden gesprekken uit waarbij de directeur, naar aanleiding van mijn beeld, weer dacht van ‘oh ja, zo moet het eigenlijk’. Er was een interactie. Op een gegeven moment begon de directeur ook te vragen van ‘hoe moet ik nu eigenlijk met mijn medewerkers omgaan?’.

Toen ben ik weer naar school gegaan en heb een opleiding tot counselor gevolgd. Zo rond mijn 50ste ben ik mediator geworden. Uiteindelijk ben ik in het bedrijfsleven coach geworden. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Ik doe heel veel dingen in zeven jaar. Zeg maar zeven jaar fotografie, zeven jaar grafische vormgeving, zeven jaar counselor en nou weer zeven jaar fotografie. Het heeft allemaal wel met beeld te maken.

Je foto’s: je hebt er een zwart blok in. Wat bedoel je daarmee? Wat is dat voor stijlelement?
Ik was met het project ‘Waarom gaat het goed in je leven?’ bezig en op een gegeven moment deed ik mee met een groep kunstenaars waarbij we wilden onderzoeken of we Bildung konden verbeelden. Dat we de ontwikkeling van onszelf zouden kunnen uitbeelden.

Dat noem je Bildung?
Bildung is een begrip uit de tijd van de Weimar Republiek. Hoe ontwikkel je jezelf tot een compleet mens, tot een volwassen mens? Er was op een artikel van de filosoof Peter Bieri en die heeft ook de Nachttrein naar Lissabon geschreven onder een andere naam [Pascal Mercier]. Dat is een Bildungsroman en gaat over: hoe ga je op reis en ontwikkel je je tijdens die reis. Wij probeerden dat te onderzoeken. Toen kwam die zwarte kubus naar voren als zijnde iets wat vanuit dat hoofd, dat onmeetbaar grote hoofd, dat intellect dat we hebben, naar voren kwam. Dat was er op een gegeven moment opeens.

Ik maakte een film Leven Adem Dood [https://vimeo.com/105469956]. Dat was naar aanleiding van een antwoord van een jongetje. Want ik vroeg aan hem ‘Waarom gaat het goed in je leven?’ en toen zei hij ’omdat ik lucht heb’. En dat vond ik zo’n mooi antwoord. Zo simpel maar ook heel krachtig dat ik daar een film van gemaakt heb van 15 minuten. Dat laat lucht en wolken zien en op een gegeven moment komt de dood ook ergens. Misschien is dat zwarte vlakje – dat even oplicht in die film, een belangrijk vlakje – het tegenwicht tegen al die prachtige luchten die er waren. Het is net een beetje als Yin en Yang. Die luchten zijn heel mooi, prachtig, je kan erin verdwijnen, weg denken. Maar dan komt er toch even de onrust van die monoliet – zoals ik het noem. Later wees iemand me erop dat het ook in de science fiction film Space Oddysee te zien is. Er komt ineens een monoliet te staan in een periode dat er alleen nog maar apen leefden.

Voor mij is de monoliet belangrijk. Prachtig het leven maar het is ook vergankelijkheid, noodlot, ook het zwart. En het zwart is niet perse kwaad.. maar is een onbekende.

 

Je noemde het net al. Het project ‘Waarom gaat het goed in je leven?’ dat ligt op een bepaalde manier dichtbij Quality of Life. Kun je eerst iets vertellen over het doel van het project? Op Facebook staat om ‘De verhalen te verzamelen die samen een reactie vormen op deze centrale vraag’. Kun je vertellen wat het project inhoudt? Er komt ook een tentoonstelling uit voort in 2016?
Ik denk dat het weer zo’n onderdeel is van mijn andere reis om steeds meer onder de mensen te willen komen. Ik woon op het plattenland en daar is het stil en ik wou naar de stad. Nou is Gouda niet zo’n grote stad maar het is toch een beetje stad. Een provinciestad. Toen dacht ik op een gegeven moment daar wil ik dan wel een atelierruimte maar wat ga ik dan in de atelierruimte doen want ik heb al een atelier thuis. Ik had eerst het idee ik zet daar een stoel neer en ik wacht wel af wat er komt. Maar ja, ik ben ook nieuwsgierig dus toen dacht ik: ik ga mensen een vraag stellen. De vraag was… Het zat me niet lekker… Er zijn heel veel mensen die het super goed hebben in Nederland. Totale welvaart. Er zijn ook mensen die het wat minder goed hebben in Nederland maar de meesten hebben het heel goed. En zelfs de mensen die het wat minder hebben, hebben het nog steeds heel goed. We wonen in een van de meest rijke, meest welvarende, meest veilige landen van de wereld en hoe komt het dan toch dat er één miljoen mensen antidepressiva slikken? Hoe komt dat? Nu hoorde ik laatst weer dat er 80% van de mensen die werken hun werk niet leuk vinden. Hoe komt dat? Voor mijn gevoel komt dat o.a. doordat je op een verkeerde manier naar de wereld kijkt die jou niet dat oplevert wat dat zou kunnen. Namelijk tevredenheid of vrolijkheid of wat dan ook.

Het wordt ons ook moeilijk gemaakt. We krijgen vóórtdurend als je naar het nieuws zou kijken – wat ik niet doe – maar stel dat je naar het journaal zou kijken dan krijg je alleen maar ellende over je heen en als je de krant openslaat dan ook. Dus eigenlijk, afgezien van een paar media, is het meeste een verzameling van negatieve boodschappen. Dus ik dacht van wat kan ik daar nu als beeldend kunstenaar, als beeldmaker, daar nu aan doen. Wat kan ik maatschappelijk relevant bijdragen aan iets waarvan ik denk dat het nodig is.

Want het is de manier van kijken?
Ja.

Bedoel je: het is goed maar wij als mensen zien het niet doordat we verkeerd kijken?
Ja, kijken en begrijpen ook.

Dat is de onwetendheid wat je net [voordat het interview begon, HB] ook noemde?
Ja, ja. Toen is dus op enig moment, van het proces van het atelier en wat wil je daar nou mee, is die vraag naar boven gekomen, was die vraag er opeens. Je kunt vragen: ‘hoe gaat het?’ Maar ik wilde iets actiever. ‘Hoe gaat het?’ dan zegt iemand: ‘ja het is goed’. Ik wilde mensen aanzetten tot nadenken. Dus ‘Waarom gaat het goed in je leven?’. Veel mensen reageren dan van ‘dat weet ik niet hoor’. Of ‘dat is een te moeilijke vraag hoor’. En als ik dan door ga vragen dan blijken ze ineens wel antwoord te kunnen geven.

Je bent de Socrates van Gouda?
Dat zou je kunnen denken behalve dat Socrates het in mijn ogen mensen nogal on-gemakkelijk maakte. Ik probeer het mensen ge-makkelijk te maken. En dan blijkt dat mensen, meestal na een tijdje met me te praten, een kwartiertje met me te praten, er achter komen dat het eigenlijk wel goed met ze het gaat. Dat het eigenlijk beter met ze gaat dan ze denken. Dat ze blij zijn dat ze daar achter zijn, dat ze herinnerd worden aan dat het goed met ze gaat. Ze worden ernaar herinnerd.

Als ik ze dan na afloop van het gesprek fotografeer dan zie je dat vaak ook terug in de ogen van de mensen. Dan zijn ze sterker geworden. En dat vind ik leuk.

Het doel is deze portretten en verhalen te verzamelen en daar komt dan de tentoonstelling in het Museum Gouda uit?
Ja, dat is ook weer zo’n… ik heb nooit de ambitie gehad om dit in een museum… ik had niet zo iets van ‘dat moet nou daar’. Dat kan best op Facebook bijvoorbeeld. Waarom zou dat niet genoeg zijn. Ik heb nooit gedacht dat het zoveel groter zou worden dan het nu gaat worden. Dat komt denk ik doordat het zo’n aanstekelijke vraag. Zoals de directeur van het Museum Gouda zegt ‘he, ja, dat lijkt me wel wat om in een jaar van Erasmus – Erasmus die het over vrijheid, gelijkheid, broederschap heeft – om dat dan ook in mijn museum te laten zien’. Anders was het namelijk gewoon hier een tentoonstelling bij Rodenhof en dat is ook okay. Of het was bij Facebook gebleven. En nu wordt het een groot project. Daar ben ik blij mee want daardoor trek je nog meer mensen die geconfronteerd worden met die vraag. Ik denk dat als je met die vraag geconfronteerd wordt dat je daar al vrolijk van zou kunnen worden.

Dat is zeg maar de katalysator om mensen juist de positieve kant te laten zien?
Een paradigmaverschuiving.

Je zegt ook bewust ‘waarom gaat het goed in je leven?’ en niet ‘waarom gaat het goed of slecht in je leven?’
Dat is wel een beetje een lastig voor sommige mensen. Het is een sturende open vraag. Het is wel een open vraag want je kunt er niet ja of nee op antwoorden. Zo heb ik het maar uitgevonden dat het een sturende open vraag is. Dat komt ook een beetje omdat ik zeven jaar lang met mensen in het bedrijfsleven heb gesproken over waarom het slecht gaat in hun leven. Ze kwamen bij me en zeiden ‘het gaat niet goed’, ‘ik moet nog vijftien jaar werken want ik kan de hypotheek niet afbetalen’, ‘mijn chef is vervelend’, ‘hoe moet ik dat nou doen’, enz. Dat heb ik zeven jaar gedaan en nu wil ik zeven jaar praten over het goede. En daar word ik wel vrolijk van.

Het doet mij ook goed. Ik merk, ik ben er nu 2,5 jaar mee bezig, dat mijn leven ook beter wordt.

Prachtig de spiegel die het geeft.
Je kan niet meer onbewust omgaan met de keuzes die je maakt.

Verklaar je nader?
Voorbeeld: ik merkte dat ik 1,5 jaar geleden steeds meer ging drinken om een of andere reden. Een soort van verslaving.

Alcohol?
Ja, sociaal drinken was het. Het werd wel steeds meer. Lichamelijk had ik er ook last van. Dus het was niet goed voor me. En als je dan alsmaar met die vraag bezig bent van ‘Waarom gaat het goed in je leven?’ en je bewust bent dat dit te maken heeft met de keuzes in je leven (voor zover dat kan): als je daar dus steeds mee bezig bent dan kan je dus niet, kan ik niet hypocriet doorgaan, met elke keer de verkeerde keuze te maken en weer een glas whisky nemen. Uiteindelijk moet je dan wel een beslissing nemen.

Dat doe je onbewust? Je wordt zeg maar geduwd richting die positieve kant?
Als ik bijvoorbeeld merk dat ik somber ben over mijn levenssituatie omdat ik denk dat het niet helemaal genoeg voor me is ofzo. Dat kan je niet lang volhouden. Want dan weet je dus dat je op een niet-productieve manier naar het leven van je kijkt. Dan zal je iets moeten doen of anders ernaar moeten kijken. Dus als je daar zo intensief, zoals ik, er mee bezig ben dan heeft dat een zeer positieve invloed, op mij. Tenminste dat blijkt.

Eigenlijk is dat ook framing?
Ja, ik kijk via die vraag naar het leven. En die vraag is dus een kader.

Heel mooi, dat het juist ook op jezelf afspiegelt.
Ik ben eigenlijk van huis uit een zwerver, een nomade. Op een gegeven moment ben ik wel op de aarde gekomen maar dat echte thuisgevoel dat ken ik niet zo. Toevallig ben ik in Gouda, ik had net zo goed in Den Haag of Utrecht kunnen zitten. Door nu op de markt van Gouda die gesprekken te voeren voel ik me steeds meer ingebed in de leefgemeenschap die er is, in de tussenruimte waar Marli Huijer [Denker des Vaderlands] het over heeft. Ik ga lijntjes voelen tussen allerlei mensen dus ik ga me hier ook meer thuis voelen.

Wat voor lijntjes voel je dan?
De lijntjes, de kennis, ik weet dus daar werken zij of daar zit hij op z’n bankje, ik groet mensen, of dat zijn de hangouderen van Gouda, of dat zijn de schoonmakers van Gouda en die heet Madelief en die heet.. en zo maar door.

In het proces: je doet zelf de interviews met de mensen, je laat ze niet zelf posten op Facebook?
Ik doe het allemaal zelf. Maar wel samen met hen. Zij hebben ook wel het laatste woord.

Je bent in stijl ook een beetje veranderd, eerst was het in de hij/zij-vorm en nu is het vanuit de ik-vorm.
Zeker ook in fotografie: ik sta dichter bij ze, de foto’s worden ook closer. Ik zoom meer in op ze.

Heb je een doel qua aantal?
140 en ik zit nu op ruim de helft.

Het gaat dus allemaal om kennis wat mij betreft. Kennis, onbekende, het framen en dat mondt dus uit in die zwarte kubus die in de tentoonstelling staat. Dat we zo weinig weten en dat we onszelf daarbij moeten helpen. Dat we zoveel niet weten.

Valt je nu al iets op nadat je 70 mensen geïnterviewd hebt? Wat valt je op vanuit Quality of Life van het goede dat ze zien? Kan je al een voorlopige conclusie trekken?
Ik leef niet alleen met die vraag maar ik stel ‘m natuurlijk ook aan mijzelf en mijn antwoord is: het gaat goed met me omdat ik openstond voor de hulp van anderen op kritieke momenten. Kennelijk heb ik opengestaan voor de hulp van anderen. Ik heb hulp van anderen geaccepteerd. Ook als ik het echt niet meer wist dan was er toch altijd weer hulp. Daarmee is mijn antwoord eigenlijk dat het goed met me gaat vanwege de anderen.

Dat is mijn botsing met Levinas [Franse filosoof die zich richt naar de Ander]. Levinas veroordeelt je tot de ander. Maar ik geef me over aan de ander.

Je bent ontvankelijk voor de ander?
Kan je in het niet-weten je toch verbonden voelen met de anderen?

Ik had hetzelfde met Levinas: als je je verplaatst in de ander dan kan je jezelf vergeten.
Zoiets ja. Levinas heeft er natuurlijk nog eens een zware eigen geschiedenis overheen gelegd. Vanuit een hele zware godsdienstbeleving.

Laten we Levinas even vergeten. Wat is je conclusie over de antwoorden op de vraag?
Het is de vraag of ik helemaal onbevooroordeeld ben, maar ik krijg de indruk dat de meeste mensen zeggen dat het goed met ze gaat omdat er anderen in hun leven zijn. Een partner of goede vrienden of een goede familie of collega’s, maakt allemaal niet uit. Daarom komt er in het museum ook een zaal waar mensen met z’n tweeën op staan.

Dat valt mij ook op. Op de FB posts zie je inderdaad dat ze het vaak over de ander hebben.
Soms lijkt dat heel simpel, of..  waarschijnlijk dat je daar open voor staat. Je kan er ook niet-open voor staan. Dan zie je de ander niet. Dan moet je het zelf kennelijk doen.

Je hebt nog geen mensen gehad die zeiden van: ik heb een fantastische nieuwe auto gekocht?
Ja natuurlijk wel. Niet veel. Er zijn gradaties in de antwoorden. Waarbij het ene antwoord wat simpeler is dan de andere. Maar het is allemaal goed voor mij.

Ik ga ook voor mijn deelnemers door het vuur. Er is weleens een negatieve opmerking bij een van de foto’s gekomen en die heb ik gelijk weggehaald. Ik ben daar rigoureus in. Ze moeten niet aan mijn deelnemers komen.

Dan heb je ook de tentoonstelling en lezingreeks neergezet ‘Tussen goed en kwaad’ [de laatste lezing was van Jan Flameling met als titel ‘Voorbij goed en kwaad’]. Dit past in dit project?
Ik stel een sturende open vraag ‘Waarom gaat het goed in je leven?’. Er zijn mensen die zeggen ‘dat bepaal ik zelf wel’ of ‘er is toch veel kwaad in de wereld’. Die reactie komt wel eens. En toen dacht ik, ok, als dat zo is, wil ik daar graag antwoord op kunnen geven, ik wil het onderzocht hebben. Toen dachten Henri Broer en ik om met de tentoonstelling ‘Te midden van Goed en Kwaad’ uit te zoeken hoe we dat kunnen verbeelden en of dat nog iets toevoegt aan het waarom-project. Dus dat hebben we de Firma van Drie [stichting en podium voor kunst dat naast de Bovenkamer ligt] laten zien en we hebben daar mensen voor uitgenodigd om wat daarover te zeggen. Dat is waarom we dit gedaan hebben. Nu een jaar voordat straks de grote tentoonstelling er is.

Ik maakte me zorgen over: ‘we moeten weer zo goed’, ‘het moet weer zo goed met ons gaan’ of ‘maar het gaat helemaal niet goed’ of ‘oh, waarom laat hij alleen maar het goede zien en niet het kwade’. Daar wil ik nu een antwoord op. Ik hoef dat kwade niet. De dreiging van het kwade is er toch wel. Dus laat dat maar. Als ik me vooral focus op het goede in die tentoonstelling van over een jaar dan is dat helemaal ok. Het museum: daar hoeft niet het kwaad te zijn want op het moment dat de mensen het museum weer uitlopen dan komen ze weer van alles tegen. Dus waarom zou ik me daar mee bezig houden. Ik voel nu dus een sterkere kracht in me om dat goede te laten zien. Wat oorspronkelijk ook het plan was maar nu weet ik zeker dat ik het kan doen.

 

Je eigen Quality of Life: eigenlijk heb je daar al bij stil gestaan. Echter je zegt ook ergens ‘mede dankzij mijn ouders kon ik de tegenwind in mijn leven ten goede keren’. Waarom, wat hebben ze je meegegeven?
Het is niet alleen mijn ouders, dat is ook mijn DNA, ook mijn kracht. Laatst deed ik een meditatie waarbij ik mijzelf, mijn lichaam scande en dan voel ik de pijn in mijn onderrug omdat daar een vergroeiing zit en ik voel allerlei pijntjes en kwaaltjes in mijn lijf. Maar wat ik ook voelde was kracht. En die kracht die heb je meegekregen. Door je lijf. Door je hersenen. Als je geboren wordt dan krijg je een derde deel van je moeder mee, een derde deel van je vader en een derde deel van jezelf – denk ik. Mijn vader en moeder waren gelukkige mensen die mij veel hebben bijgebracht ondanks het feit dat ze schijnbaar door mijn ervaring in het ziekenhuis mijn ouders niet waren. Ze zijn er wel altijd voor me geweest, ze hebben goed voor me gezorgd. Dus dat was een basis waardoor ik in staat was heel lang langs de afgrond te blijven lopen en er niet in te vallen. Als mijn ouders er niet waren geweest dan was ik misschien in de afgrond… ik weet het niet. Misschien was die één derde van mezelf ook al genoeg om dat te voorkomen. Het is ook allemaal niet zo dramatisch dat je met mijn ervaringen langs de rafelrand van de wereld loopt. Dat is niet ongebruikelijk. Maar er zijn ook mensen die zo’n ervaring hebben en er helemaal geen last van hebben.

En er zijn mensen die zijn er aan de andere kant afgevallen.
Jazeker. Ja, dat denk ik ook wel.

Je noemt net al je ouders en dat je hun in die periode niet had. Je zegt ook ergens ‘mijn hele leven ben ik zoek naar mijn vader, hij was er wel maar ik wil meer’. Dat je meer zoekt dan je vader: heeft dat te maken met de periode van 5,5 tot 7,5 jaar?
Het heeft daar mee te maken maar ook met het karakter van mijn vader. Hij was niet iemand die uitgesproken zijn mening naar voren bracht en ook nauwelijks te bewegen was tot uitspraken over wat je zou moeten doen. Hij heeft op een bepaalde manier in het leven gestaan waardoor hij nou niet bepaald mij… hij heeft mij wel veel bijgebracht maar iets maakt het… Na van de aarde geslingerd te zijn, geen contact met m’n ouders en pas op m’n 52ste dat weer een beetje terugkrijgen, dat heeft een rol gespeeld in mijn zoektocht naar balans en mijn zoektocht naar heling en dat heeft mij weer… die vaderfiguur zocht ik bij guru’s zoals Krishnamurti, Bhagwan, mijn yogaleraar, enz., enz. En elke keer weer dacht ik dit is eigenlijk niet wat ik zoek.

Je zocht daarin je vader?
Ik zocht daarin mijn vader. Ik denk een van de redenen waarom mensen in een sekte of in een kerkgemeenschap terechtkomen is omdat er iemand is die ze vertelt hoe het moet. Mijn vader deed dat bij uitstek niet. Die was er ook niet voor mijn gevoel vanbinnen omdat ik heb meegemaakt wat ik heb meegemaakt. Maar ik denk dus dat de meeste mensen een antwoord willen van iemand en ik wilde dat ook heel graag. Dat Krishanmurti mij vertelde hoe het moest en ik wilde daarna dat Bhagwan dat deed en daarna dat mijn yogaleraar dat deed en dat andere figuren dat deden. Elke keer kwam ik weer bedrogen uit en dan maakte ik ruzie met ze en dan vertrok ik weer.

Nu heb je sinds je 52ste gevonden wat je nodig hebt zodat de vaderfiguur niet meer nodig is?
Ik denk dat ik ontdekt hebt dat… hoe lang dat geleden is, weet ik niet… Dat wat je daar ziet [Jaap wijst naar de foto’s achter hem] dat zijn Tao verzen. Foto’s en vertalingen van de Tao Te Tjing. Wat me het meeste aanspreekt in de Tao Te Tjing is dat je het niet kan begrijpen. Ik heb op een gegeven moment genoeg gekregen van alle lijstjes: de 10 geboden, om maar eens mee te beginnen, Byron Katie heeft 4 vragen, iedereen, Deepak Chopra heeft 7 wetten, ga zo maar door. Boeddha ook trouwens. Iedereen bedenkt lijstjes die je af moet gaan omdat dat zou helpen en ik geloof daar dus helemaal niets van. Ik geloof niet in de 10 geboden.

De Tao Te Tjing is leven in het Nu ten opzichte van Confucius die juist de regels stelt. Dus je gelooft ook niet zo in de regels?
Nee. Ik geloof wel in ontwikkeling en helderheid en compassie. Al dat soort dingen geloof ik wel in. Maar niet in de regels. Ik geloof, zoals ik het ervaar, ik heb nu geen weten meer nodig om te kunnen leven, ik hoef niet meer te weten hoe het zou moeten. Dat kan zijn omdat ik wel veel opgepikt hebt van mijn ontdekkingsreizen, dat weet ik niet, maar dat is genoeg. Ik weet het niet.

Dus je hebt de vaderfiguur ook niet meer nodig?
Zeker niet. Nee, helemaal niet. Nee, absoluut niet. Ik heb dat allemaal niet meer nodig.

Ik ben wel extreem geweest in het zoeken ernaar. Ik ging wel van heel groot naar heel klein wonen. Ik verliet mijn gezin. Ik heb extreme dingen gedaan… omdat ik het wel nodig had. En nu heb ik het niet meer nodig. Dat is wel fijn.

Dat maakt natuurlijk een hele rijke Quality of Life?
Als je niks meer nodig hebt, of weinig nodig hebt, dan heb je vrijheid. Dat is Quality of Life.

Een klein heel simpel voorbeeld. Toen ik naar Indonesië ging, zeiden ze ‘pas op want daar krijg je altijd koffie met heel veel suiker’. Toen dacht ik voordat ik daar terecht kom, moet ik mijn behoefte aan koffie skippen omdat op het moment dat je iets nodig hebt, bijvoorbeeld de behoefte aan koffie en je kan dat niet krijgen in de vorm zoals jij dat wilt: dan ben je afhankelijk. Dat geldt ook voor drank. Als je alsmaar bezig bent met ‘waar kan ik drank krijgen’ of ‘wanneer kan ik koffie krijgen’ of ‘wanneer ik dit of waar ik dat’ dan ben je daar afhankelijk van, dan is er geen vrijheid meer. Dus als je los bent van – dat is dan weer Boeddhistisch – los van begeerte bent dan ben je vrij. Ik ben dus in zekere zin… nou ja, in ieder geval…

Als je dus ook niet meer wilt weten dan ben je ook vrij want dan hoef je dus ook niet meer te wéten. Nu weet ik natuurlijk wel veel, relatief is dat natuurlijk allemaal. Dus die zwarte kubus: het is zó onbekend wat er allemaal in ons omgaat. Je weet wel wat maar ook weer helemaal niks. Mijn Quality of Life is om uiteindelijk te accepteren dat ik eigenlijk niet zoveel weet. Ja zoiets. En natuurlijk vooral open, toch voortdurend, open blijven staan voor anderen.

…over paar maanden zeg ik misschien wat anders…

Accepteren dat je echt niets meer hoeft te weten?
Accepteren dat het niet-weten zo belangrijk is. Dat je niet meer hoeft in te vullen. Wat veel mensen doen als ze het niet weten dan gaan ze het invullen. En dan zit je daar weer aan vast. Dan heb jij dat weer ingevuld. Dat is ook een framing. ‘Ok, ik weet het niet dus ik ga maar een plaatje maken’ en dan is dat plaatje de werkelijkheid maar dat is de werkelijkheid niet.

En dat laat je los?
Als je accepteert dat je het niet weet, dat je geen antwoord kan geven, dan laat je wel dingen los.

Dus je laat de framing ook los?
Ja… in zekere zin wel.

Maar het blijft natuurlijk leuk om te framen.

Maar dan als spel?
Ja, en tegelijkertijd val je natuurlijk alsmaar nog in dezelfde problemen, in dezelfde framing, neigingen, enz. Als het ene het niet is dan is het andere wel weer waar je naar verlangt of begeert of… het komt allemaal toch weer terug. Maar als je dan toch weer kan bedenken van ‘oh ja, ik weet eigenlijk niet of ik dat wel wil? begeer ik dat wel?’

Dat wil niet zeggen dat je niet hele leuke dingen kan doen, je wordt niet passief. Daar heb ik het wel eens met mijn vriendin over en dan zegt ze wat een saai leven dan. Juist het tegenovergestelde denk ik.

Ik weet het allemaal maar niet hoor.

Nee, ik weet het eigenlijk niet.

Ik weet het niet.

Je weet het wel
Ha ha ha.

 

Laatste vraag: als jij dan een beeld zou moeten maken van Quality of Life wat is dat dan?
Een beeld. Dat beeld heb ik gemaakt: dat is de zwarte kubus met dat licht vanbinnen. Dat komt niet van boven. Dat komt vanbinnen. Dat is Quality of Life. Dat is absoluut voor mij Quality of Life.

Betekent dat zwart ook het potentieel is?
Jazeker. Zwart is het oneindige. Daar kun je alles uithalen wat er maar te bedenken valt. En het licht kan daarbij helpen. Maar dat licht kom niet van boven. Dat kwam vroeger van boven.

Zoals je je vader vanbuiten zocht?
Precies. Maar het komt echt vanbinnen. Boeddha zegt dan je innerlijke Boeddha. Het gaat ook wel uit van een geloof. Ik geloof dus in het goede. Dat mag dus eigenlijk niet maar dat is wel een comfortabele manier om ernaar te kijken. Dat ik vooral geloof dat de mens goed is. Dat is ook framing. Maar ja, we zijn ook gewoon mensen dus we moeten wel framen.

 

Waarom gaat het goed in je leven?
Beeldenmeer.nl

Op de achtergrond portretten van 'Waarom gaat het goed in je leven?'

Op de achtergrond portretten van ‘Waarom gaat het goed in je leven?’

De zwarte kubus

De zwarte kubus

Jaap van den Berg

Jaap van den Berg