Interviews

Conny Schoonen: weten wie je bent en wees wie je bent

Conny Schoonen geeft coaching en inspiratie uit een andere hoek dan alleen maar de rationeel-logisch-georiënteerde aanpak. Met een verbluffend resultaat. Al acht jaar maak ik voor mezelf een jaarplan. Dan ga ik einde december of begin januari bij Conny langs om extra inzichten op te halen. De jaarlijkse APK zoals ik het noem. Tijd om Conny zelf eens te ondervragen – over haar visie op Quality of Life.

 

Er staat op je site heel mooi ‘Al meer dan 25 jaar Praktijk voor Handlijnkunde, Talentanalyse en Coaching’. Het is wel heel speciaal wat jij doet. Kun je het iets meer in je eigen woorden vertellen? Wat is je eigen talent?
Ik denk dat mijn talent is dat ik mensen kan lezen, dat ik kan zien waar talenten liggen, valkuilen liggen, waar dingen heel goed gaan en waar dingen mis gaan. Door dat op een hele snelle manier te kunnen en mensen ook het gevoel te geven dat ik ze zie – dat voor veel mensen toch een stukje is waar gemis is in het leven – dat daardoor ook een stukje vertrouwen ontstaat waardoor je ook op een diepere laag bij mensen kan binnenkomen.

Hoe bedoel je dat je mensen ziet?
Wie ze in werkelijkheid zijn. De meeste mensen hebben toch de neiging om een houding neer te zetten in het leven over hoe ze gezien willen worden of hoe ze denken dat het normaal is. Altijd in een vorm van ‘een beetje aangepast’. Dat zit niet alleen in onze cultuur. Dat kom je bij alle mensen tegen. Wat de handen doen, is een heel puur stuk van iemand laten zien. Dus je kan je nog zo mooi aankleden, je kan nog zo’n pokerface hebben: de handen laten zien wie je werkelijk bent. Daar is geen mooi jasje, dasje of gezichtsuitdrukking tegen opgewassen. Door je te raken in wie je echt bent, worden mensen ook makkelijker zichzelf omdat het het allerlekkerste is om jezelf te zijn. Eigenlijk hebben we het een beetje afgeleerd om onszelf te mogen zijn. De mensen die daar het meeste moeite mee hebben, zijn ook de mensen die vaak gevochten hebben met hun talenten waardoor ze in hun overlevingsstrategie terecht komen met een aangeleerd talent. Waarmee je dus nooit zo gelukkig kan worden als met je eigen talent. Wat ik probeer te doen, is om dat eigen talent weer in het licht te zetten. Niet ergens in een ondergronds stukje te laten hangen maar dat echt weer licht te geven. Mensen te laten stralen in hun eigen talent.

Wat zijn talenten voor jou?
Ik denk dat talenten de mooie stukken van onszelf zijn waarin we ook een functie hebben om deze in de wereld te laten zien.

Is dat dan bijvoorbeeld schrijven of zingen?
Dat kan.

Heb je dat al meegekregen van jongs af aan?
Dat is natuurlijk een beetje gevaarlijke vraag. Krijg je iets mee van jongs af aan of zit het al honderden miljoenen duizenden jaren in iets anders opgesloten? Dan kom je toch op een manier van denken, van geloven… Als ik kijk vanuit de handen wat dan toch een beetje mijn specialiteit is: in de derde maand van de zwangerschap worden de eerste lijnen in de hand gevormd als de vingers nog tegen elkaar aanzitten en niet eens wat wij nu lijnen noemen maar al die onderhuidse stukjes waaronder dus ook de vingerpatronen worden opgebouwd. En een aantal maanden na de dood zijn deze nog steeds zichtbaar. Dus voor mij, zeker omdat in vingerpatronen zoveel karakter zit en dat ook een beetje mijn uitgangspunten zijn, zit dat er al voordat we geboren worden in. Dus voor mij is het ook onze Zijnskracht: lotsbestemming, levensbestemming, waarom we hier zijn, wat we moeten doen.

Ik kan me voorstellen dat een talent, zeker als je zegt dat het dieper ligt dan de aangeleerde talenten, dat het niet specifiek te maken heeft met een vak?
Dat kan. Het kan een kind zijn dat als talent zingen heeft en daar ook meteen zijn vak van maakt omdat het al zo duidelijk is. Dat kan. En het kan ook best anders: ik had als kind al dat ik met handen bezig was en er was niemand om mij heen die vertelde ‘nou Conny daar moet je wat mee doen’. Nee, dat was eerder van hou je mond maar en laat het maar aan niemand zien want het is een beetje raar. Dus je gaat dan andere kanten in en dat zijn geen kanten die dan heel ver van mij afliggen maar het zijn wel kanten waar ik minder gelukkig in was dan als hetgeen dat ik nu doe.

Er zit echt een lijn bij jou en die zegt van ‘Conny dat is een handlezeres’?
Ik denk niet zozeer handlezeres, wel dat de talenten die ik benut in mijn vak als handlijnkundige daarin wel terug komen.

En als je die benoemd?
Als ik kijk naar mijn eigen talenten vanuit mijn hand dan is het eerste wat opvalt, is wat heeft te maken met een stukje communicatie, een stukje voor mensen willen zorgen, een stukje mensen iets willen (bij)brengen, het leven mooier en zuiverder willen maken. Ik ben een kijker. Mijn hele leven strijden hoofd en hart al met elkaar. Inmiddels weet ik dat ik ze beiden moet ‘liefkozen’ en kan ik ook anderen in dit gevecht helpen. Dat had ook in een ander beroep tot uiting kunnen komen.

Er is dus geen handlijn ‘marketingmanager’ bij wijze van spreken?
Nee, terwijl het manager zijn, waarin je natuurlijk én een goed contact moet hebben met mensen die in een mindere vorm moeten staan als mensen die in een hogere vorm staan, dat talent kom je weer wel tegen in een hand. Dus waarin je kan zien: het managervak zou je goed beklijven. Als je dan kijkt en er zit een luchtpatroon in de wijsvinger die wat langer is dan zal dat eerder wat technischer liggen en wanneer daar een vuurpatroon inzit, zal dat wat actiever en uitdagender moeten zijn. Dus het is altijd een beetje een combinatie van zaken. Het is nooit dat je in een hand kijkt en ziet ‘oh jij moet wiskundelerares worden’ maar ik kan wel zien: het wiskundige, de cijfertjes, de getallen, de technische manier en er ligt ook iets waarin je het heel leuk vindt om dingen over te brengen op anderen. Dat kan je in verschillende vakgebieden doen maar op het moment dat zo’n iemand, bijvoorbeeld bollenkweker wordt en dat talent niet volledig benut dan kunnen ze nog steeds wel succesvol zijn maar uiteindelijk zijn ze niet gelukkig. En dat zijn vaak de mensen waar ik in een coaching mee werk omdat weer verder uit te zoeken. Dat zijn vaak toch de wat hoger opgeleide mensen die het allemaal heel leuk voor elkaar hebben maar ergens een stuk van zichzelf niet ontwikkeld hebben en in dat stuk probeer ik dan weer balans te halen. Maar wel door informatie uit de ander te halen. Ik geloof altijd dat een ander ook weet wat voor zichzelf het beste is.

In principe weet die het al?
Ja.

Even een zijstapje: je noemde net: mensen in mindere en in meerdere vorm met betrekking tot de manager. Wat bedoel je daarmee?
In ‘minder’ niet dat dat de mens minder is maar dat ze op een lager niveau of op een hoger niveau staan van de ladder.

Wat is ‘niveau’?
Als we gaan kijken naar de hiërarchieën die er zijn, en in de meeste bedrijven vindbaar zijn, dan zie je de manager eigenlijk overal tussen zitten. Dus die kan met lagen in een lager niveau en met lagen in een hoger niveau communiceren. En of dat dan qua inkomen is, studie, positie… een manager heeft altijd die bemiddeling en moet de verschillende kanten op kunnen bewegen. Je hebt mensen die zitten alleen maar op hun eigen level.

 

Kun je iets vertellen over je eigen ontwikkeling. Je hebt zelfs bij de recherche gezeten?
Het grappige is dat mensen in mijn zakelijke sessies dat er ook altijd uit willen lichten alsof ik serieuzer wordt omdat ik ook bij de recherche gewerkt heb.

Ik wist het niet maar ik zag het op je site staan. Dus je zegt het zelf.
Dat staat er ook omdat ik dan weet dat mensen mijn andere stuk serieuzer nemen. Het is eigenlijk heel ongemakkelijk.

Ik vond het wel grappig je deed daar speurwerk, nu doe je ook speurwerk.
Het blijft wel grappig dat ik van mensen die heel erg met hun hoofd werken (zeker in zakelijke sessies) vaak de vraag krijg van ‘goh wat voor achtergrond heb je nu?’ of ‘hoe kom je nou tot zoiets?’. Voor veel mensen is handlijnkunde een beetje zweverig, een vaag gebied, en de recherche is toch vaak een gebied wat voor veel mensen logisch is. Dan denk ik alsof ik mezelf daar serieuzer mee op de kaart zet. Daarom gebruik ik het ook omdat ik merk dat het werkt. Maar het is maar een jaar geweest, ergens tussendoor, omdat ik het ook wel erg leuk vond toen ik deze vacature tegenkwam en toen dacht ik wil ook weleens vanuit een andere vorm zien hoe ze werken met vingerpatronen of met handafdrukken. Dat was zeer zeker interessant en ik heb er absoluut ook handen gezien die ik niet in mijn praktijk krijg en ook liever niet in mijn praktijk zou willen krijgen.

Maar tegelijkertijd is het de hele dag achter een computer zitten om te kijken welke vingerafdrukken op elkaar lijken. In een systeem dingen opzoeken, is nou niet echt een moeilijk of interessant werk. Dus eigenlijk is mijn gewone werk veel complexer als wat ik daar ooit heb moeten doen.

Ik was heel jong, nog een heel jong meisje toen ik al met handen bezig was, voor mij was het een logica, het was waar ik me voor interesseerde, wat ik leuk vond, ik haalde boeken uit de bibliotheek. De eerste stukken die ik daarvan terugvond, is van toen ik twaalf was: dat ik echt dingen overschreef vanuit de bibliotheek over dit onderwerp. Dat ik ook om me heen ging toetsen en kijken en ik was gewoon met handen bezig. Niet alleen met handen ook nog met andere dingen. In die tijd deed ik ook veel met dromen. Maar ook als mensen tekeningen maakten dan zag ik daar altijd andere dingen in als wat iemand zeg maar daar gewoon vanuit zichzelf bedoeld had. Dat zijn nu wel de dingen die ik nu gebruik in mijn coachingstuk en die er in mijn kindertijd eigenlijk als vanzelf waren. Alleen sommige dingen die laat je en gebruik je niet en sommige dingen gebruik je een hele tijd niet. Handen is iets geweest wat ik altijd wel heel leuk gevonden hebt.

Ook al meer dan 25, 26 jaar
Inmiddels ook niet meer zo spastisch als ik dat vroeger had dat ik dacht bij de kassa al van ‘oh, ik moet dat meisje vertellen dat ze niet haar nagels moet bijten want dat gaat ten koste van haar gezondheid’. Dat doe ik niet meer. Als mensen gewoon in mijn omgeving zitten dan krijg ik die vraag wel eens ‘kijk je dan naar mijn handen’ waarbij ze dan gelijk hun handen willen verstoppen. Maar het maakt wel dat het iets is wat voor mij eerder opvalt. Dit weekend zat ik bij een theatervoorstelling van Claudia de Breij – aan te bevelen overigens, hele mooie voorstelling – en dan let ik toch ook op haar handen. Daar kan ik niks aan doen. Het is niet dat ik alleen maar handen zie want ik kijk ook naar wie ze verder is.

Het is hetzelfde als met een kapper die kijkt natuurlijk ook primair naar het haar. Die kijkt daar snel als eerste naar. Dat is ook logisch
Ik had bij de recherche een collega en zij was tandartsassistente geweest en zij kon aan het gebit weer heel veel karaktereigenschappen van iemand zien. Daar had ik ook wel leuke gesprekken mee. Dus die keek weer vanuit die hoek.

Voor mij is het dat het leven zo natuurlijk in elkaar zit. Je kan niet een gebruiksaanwijzing in de baarmoeder meegeven. Het feit is dat wij als mens de enige zijn met zo’n print in onze handen.

Apen hebben dat niet?
Apen hebben wat lijnen in hun hand die lijken een beetje op de onze en het is echt het enige dier maar niet zoals bij mensen. Als je kijkt naar een zebra dan zijn de strepen eigenlijk vergelijkbaar met onze vingerafdrukken. Er is ook geen enkele zebra gelijk in de streep. In alles zit voor mij wel iets waar weer zo’n natuurlijke logica inzit. Maar wat maakt dat wij als mensen toch ook wat meer in ons brein hebben zitten en dat daar zoveel in onze handen zichtbaar is? Ik kon in een hand zien dat iemand twee nierstenen had nog voordat de arts dat zag. En ik kon zien dat er met een vergruizer één was blijven zitten en wat achteraf dan ook klopt. En dat betekent niet dat ik dat bij iedereen kan zien die nierstenen heeft maar het is wel dat er zoveel dingen zijn in een hand die aangeven worden. Gezondheid, karakter, wat we meekrijgen uit familie, talenten…

Handlijnkunde doet altijd vermoeden alsof het alleen om de lijnen gaat. Dat is helemaal niet waar.

Waar gaat het dan meer om?
Eigenlijk om alles. De nagels, je huidstructuur, de kleur, je vorm van je vingers, de lengte van je vingers en verder alle kleine details die erin zitten, de glooiingen in een hand, alles heeft een betekenis. Mijn uitgangspunt zijn de vingerafdrukken, dat is voor mij zo omdat deze al in de derde maand van de zwangerschap  ontstaan en vingerafdrukken ook heel je leven niet veranderen. Zelfs een tweeling heeft niet een stukje hand hetzelfde. Daar zit zo’n unieke blauwdruk in.

Het verandert toch wel?
Je vingerpartronen nooit. In je lijnen veranderen wel dingen. Zeker in je jeugd is het veel. Na je 40ste allemaal wat minder. De blauwdruk die daar staat en dat daar zoveel informatie in vast ligt dat vind ik heel intrigerend. Dat vind ik mooi. Dat zit er niet voor niks en wat er niet voor niks zit, moet je gebruiken.

Wat is het? Je linkerhand is zoals het bedoeld zou zijn en je rechterhand is zoals het zich ontwikkelt?
Nee, ik ga dan wel uit even van een rechtshandig iemand: dan is de linkerhand de hand waarmee je geboren wordt en ook waar ook veel familie-invloeden inzitten en de rechterhand laat zien wat je daar dan allemaal mee doet. Bij linkshandigen is dat vaak andersom. En daarbij zijn er ook mensen die zowel links- als rechtshandig zijn en dan wordt dat weer een ander verhaal.

Ik vind het ook fascinerend. Als ik kijk vanuit mijn studie, meer vanuit de natuurkunde, het zijn natuurlijk patronen. Patronen zijn ook landingsbanen en zijn op die manier richtinggevend. Is dat ook zo?
Ik denk het wel. Het feit dat daar juist karaktereigenschappen aan vasthangen dat is ook een richting. Als je, in een heel gek voorbeeld, tegen priesters zegt dat ze geen lijfelijke lusten mogen hebben dan zoeken ze daar een pure vorm in en hun pure vorm, in een kant die niet mag, gaat naar kleine kinderen want die zijn puur. Dat wordt dan de seksualiteit want die kan je niet verdringen als die daar is en ik denk dat je dan de overlevingsstrategie gaat pakken van het talent waardoor je ‘m fout kleurt.

In een ander voorbeeld gegoten en dat is wat bij veel mensen ook gebeurt, is dat er niet mag zijn of weggestopt is, maar wat wel bij je hoort, wil ergens naar buiten. Als dat een negatieve vorm wordt dan lopen we daar in eerste instantie steeds harder van weg. En dan worden we daar dus dan ook nooit positief op gevoed. De kunst is om te erkennen wat daar zit en niet te schrikken van wat daar is of dat een ander daar een oordeel van heeft of het er wel of niet mag zitten maar dat we een oprechte keuze mogen maken hoe we die in het leven in willen inzetten. Want ik geloof wel dat alles van nature puur is.

Kun je nog iets vertellen van over hoe je het doet? Want ik heb altijd het idee dat je – wij werken dan altijd met de kaarten, Tarotkaarten – maar dat je je die eigenlijk niet nodig hebt
Dat hoor ik wel vaker. Maar het is toch wel zo. Het zijn voor mij wel de middelen om tot iets te kunnen komen. Een soort beeld wat daaruit ontstaat. Zelfs als mensen telefonisch met een vraag komen dan heb ik daar de kaarten bij nodig om ook een juist antwoord te kunnen geven.

Je hebt wel scenario’s nodig. Een open vraag is moeilijker om op te antwoorden?
Een open vraag kan wel maar een vraag waar een ja en nee inzit ‘moet ik wel of niet naar mijn moeder toe?’ daar kan je niet een kaart op leggen want moet je dan wel of niet. Op het moment dat jij zou zeggen ‘moet ik naar mijn moeder toe?’ dan kan je dat beeld nemen van wat als je naar je moeder toegaat of wat als je niet naar haar toegaat. En daar twee aparte vragen van maken. Daar kan je wel naar kijken.

Er zitten ook een aantal vragen in waar mensen mee komen waarvan ik zeg die behandel ik niet omdat ik het niet juist vind om daar iets mee te doen. Op het moment dat jij wil kijken naar je moeder dan heb ik zoiets van ok daar heb je een bepaalde binding mee waardoor ik vind dat ik daar ook aan mag komen. Op het moment dat jij zegt ‘ik wil even kijken naar mijn buurvrouw’ dan heb ik zoiets van dat vind ik niet netjes om daar iets over te vertellen. Terwijl op het moment dat je zegt ‘ik heb ruzie met mijn buurvrouw kun je eens kijken hoe dat verloopt’ is dat wel weer iets waar ik naar kan kijken zonder dat je teveel in de privacy van de buurvrouw gaat zitten.

Het is wel een projectie die je gebruikt? Een beeld om daar iets over te kunnen vertellen?
Ik heb het beeld nodig. Het is eigenlijk net zo als met dromen: je droomt iets en het is niet letterlijk wat je droomt maar je droom dat staat voor iets en dat kan iemand wel of niet vertalen en zo vertaal ik plaatjes.

In de 25 jaar heb je een tijdje ook sessies gratis gedaan voor sommige mensen
In mijn begintijd, na de Marine.

Je hebt ook nog bij de Marine gezeten?
Eerst ben ik au-pair gegaan in Zwitserland en toen ik terugkwam via een uitzendbureau ben ik bij de Marine in Vlissingen, ik woonde toen in Zeeland, terechtgekomen en toen dacht ik ‘hé, dit is leuk! dit is de manier waarop ik én geld kan verdienen én op reis kan’. De commandant heeft toen een aanbevelingsbrief voor mij geschreven. Tussendoor heb ik eerst nog een jaar hier op de Engelse ambassade gewerkt in Den Haag – zo ben ik naar Den Haag gekomen – maar na dat jaar ben ik opgebeld door de Marine of ik nog steeds interesse had en toen ben ik de Marine ingegaan. Daar zag ik in Australië in winkelpanden: pendelen, astrologie,… ik werd daar een soort wakker van: dit ga ik doen in Nederland. Ik ben ook een jaar eerder weggegaan als dat ik getekend had. Ik heb hier in de Hofpassage een pand gehuurd en dat heb ik een jaar vooruit betaald en ik had zoiets van ik ga daar zitten en als het niet werkt dan is het jammer dan is mijn geld weg dan ga ik iets anders doen. We zien wel. Ik kwam in een plaatselijke krantje die daar lucht van gekregen had en binnen drie dagen zat ik zes weken volgeboekt. Dat was echt heel bizar. Dus ik deed veel te veel mensen op een dag en ik had uitgerekend dat ik vier mensen per dag nodig had om rond te kunnen komen en dus de rest deed ik gratis!

De rest deed je gratis!
Ik wilde heel graag laten zien: ik ben niet een oude toverkol, ik hou me niet bezig met hocus pocus, ik wilde iets vertellen, ik had een missie. Ik was heel blij dat het werkte want mensen om me heen hadden me van te voren allemaal al voor gek verklaard. Alleen in dat jaar heb ik me wel helemaal over de kop gewerkt. Dat mensen we zelfs midden in de nacht belde moet ik nou een geel of een rood rokje aan, echt van die hele bizarre dingen.

Dat waren ook juist de mensen die niet betaalden?
Dat klopt. En de mensen die wel betaalden die kwamen naderhand met bloemen en er kwam zelfs iemand met een gouden ketting van dat ik dacht van dit is echt heel gênant. Daar ga je dan wel over nadenken. Ik ben toen eerst na dat jaar gestopt.

Ben ik vier maanden met de rugzak door Indonesië getrokken vanuit een idee dat het een heel spiritueel land zou zijn. Dat ik er heel veel kon leren. Ik kwam natuurlijk hele andere dingen tegen maar dat is ook heel leerzaam geweest. Ik ontdekte daar wel van dat ik het anders moest gaan aanpakken. Want als mensen mij zulke dure cadeaus geven dan betekent het dat mijn tarief niet klopt en dat ik echt wel iets te vertellen heb. Het laat ook zien dat ik moet proberen m’n grenzen aan te geven. Wat ik overigens nog steeds heel lastig vind [lachen]. Zo heb je allemaal ook je valkuil.

Vandaaruit ben ik teruggekomen en dat pand stond toen nog leeg, dus ik heb voorlopig ook in dat pand eerst nog halve dagen mijn ding gedaan en omdat ik toen nog steeds heel erg jong was en het ook veel te zwaar vond om met de zware problemen van mensen bezig te zijn, ben ik de ochtenden in een hotel het ontbijt gaan runnen hier in Den Haag. Dat heb ik een tijdje samen gedaan.

Toen ben ik naar de politie gegaan, het recherchewerk, maar dat was een fulltime baan en dat was lastig te combineren. Dan was ik overdag bij de politie en dan ’s avonds en in het weekend moest ik mijn eigen praktijk runnen. Op zich was die functie bij de politie voor twee jaar maar daar ben ik na een jaar ook gewoon mee gestopt omdat ik gewoon gek werd van die computer waar ik heel de dag achter moest zitten. En ik op dat moment ook wel wat had van: ik heb hier wel gezien wat ik graag wilde zien en vind mijn eigen werk gewoon veel interessanter. Het was heel boeiend want er zat ook een directeur die echt wel bezig was met vingerafdrukken en zeker op de afdeling dactyloscopie die heel veel deed met alles wat maar leek op een vingerafdruk. Waarvan ik daar ook een aantal afdrukken van apen heb gekregen. Allemaal hele mooie dingen kunnen zien, dat was wel heel interessant. Vanuit de ontwikkeling daar merkte ik dat ik gewoon alle dagen met mijn eigen werk bezig wilde zijn.

Toen ben je gewoon fulltime gegaan?
Ja en omdat ik toen in de Passage zat – wat toch een hele glazen-pui was dat ik wel met wat kamerschermen had afgedekt – en dat ik af en toe ook mensen kreeg die zeiden ‘ik heb een hoge functie in het ziekenhuis’ of ‘ ik ben die en die en ik kan niet zomaar gezien worden, kan ik ergens anders een afspraak met je maken?’ toen dacht ik van ‘okay’, ik wilde zo graag iets in de openheid brengen dat ik er niet bij stil heb gestaan dat er toch ook wel mensen zijn die daar moeite mee zouden kunnen hebben en dus toen ben ik gaan kiezen om aan huis praktijk te houden.

Veiliger?
Ja, voor veel mensen wel. Dat eerste stuk van mezelf in de etalage neerzetten, is wel nodig geweest en dat is nog wel steeds waar ik ook nu nog steeds mijn doorstroom van klanten uit heb gekregen waardoor ik gewoon nog nooit reclame heb moeten maken voor mijn werk.

Dat is mooi toch, fantastisch
Dat is heerlijk. Op die manier krijg ik altijd leuke mensen.

 

Met wat voor soorten vragen komen mensen? Kun je daar iets over zeggen? Wat voor lijn zie je?
De meeste vragen die ik zie, liggen op werk- en relatiegebied. Dat zijn toch wel de twee grootste gebieden en wat daar veel omheen komt, zijn de kinderen, gezondheid, financiën, het huis. Dus iedere vraag die jij zelf ook tegenkomt in jezelf die komt hier op tafel. Ieder keer in een net klein beetje andere vorm maar relatie en werk zijn wel de hoofdmoot.

Ik zie zelf ook dezelfde thema’s: werk, relatie, financiën, ontwikkeling, gezondheid. Dat zijn eigenlijk de dimensies, zoals ze dat dan noemen, die de Wealth Health Organization (WHO) internationaal gebruikt om Quality of Life te bepalen
Het is ook logisch dat dat terug komt. Het zijn natuurlijk ook de grootste tijdsnemers die wij kennen. Dus het is voor mij logisch dat daar ook de meeste vragen over komen. Ook als ik mensen coach en ze steken een vraag in vanuit óf relatie óf werk dan neem ik dat eigenlijk maar half mee. Dat wil niet zeggen dat ik daar niet helemaal naar luister maar als dat hun hele verhaal is dan hadden ze zelf antwoord kunnen geven. Het is altijd het werken met je persoonlijke ‘ik’ die daar gewoon onder ligt. Of het lagen van de ui zijn en je naar de binnenkern van de ui wil om daar echt je ding mee te doen. Dat is waarin ik probeer, vanuit de handlijnkunde, de energie omheen te zetten en van daaruit ligt pas wat je gaat doen op werkgebied en klopt het of klopt het niet of hoe sta je daarin gerelateerd naar anderen.

Hoe bedoel je dat specifiek?
Op het moment dat jij zegt ‘Conny ik wil een coaching want ik zit niet lekker in mijn werk en ik denk eraan iets anders te gaan doen en ik loop even vast’ dan is dat het thema dat jij als eerste aangeeft om met mij te gaan coachen maar ik ga niet mijn nadruk leggen op het werkverhaal als ik met jou coach, ik ga de nadruk leggen op jou als persoon. Dus ik ga in eerste sessies alleen maar kijken van wie ben je, waar sta je, wat laat jouw eigen lichaam zien en wat je daarin nodig hebt om het beste in je eigen licht te kunnen gaan staan. Vandaaruit komt vanzelf dat stuk werk weer ergens naar voren waarin je ook beseft van ‘ok dit klopt nu niet meer, ik sta op een ander veld als dat werk en hoe kan ik dat weer laten kloppen?’.

Wat is daar de kern in?
Dat is eigenlijk altijd ‘jij’.

Maar wat betekent ‘jij’ dan want dat is nog maar een woord?
Misschien dat ik ook nog niet tot de kern of tot de ‘naakte ik’ of tot de pure vorm zit en is dat misschien ook nog steeds een laag van die ui en weet ik ook niet of ik daar nog verder dieper in kan. Maar voor mij is dit de vorm waarmee ik werk en ik ga er even vanuit dat dit je echte pit, je echte kern en alles wat je doet in je leven daarin alleen maar je kledingkast in is van een opsmukje van het jasje, het dasje en de sokken.

Kun je dat wat meer woorden geven van wat dat ‘ik’ dan is, dat ‘naakte ik’?
Voor mij is het ‘naakte ik’ niet iets wat je veel woorden kan geven. Er zijn dingen die kan je niet in woorden gieten omdat ieder woord eigenlijk een onwerkelijkheid of een onwaarheid zou geven. Dat is waarom er ook geloven zijn die zeggen van ‘we hebben 100 namen voor God maar je mag ze niet uitspreken’. Of je mag geen, wat we vroeger in onze religie hadden, je mag geen afbeeldingen maken van heiligen alsof wanneer je het gestalte geeft het kracht verliest. Ik denk dat die meest echte vorm van onszelf dat je die nooit helemaal in een beeld of woorden kan gieten omdat het gewoon ‘is’. En of dat dan vergelijkbaar is met de ‘Goddelijke vonk’ waar je eigen energie op kleeft, of dat het… het is zoals ik al zei: ik heb er geen woorden voor. Het is voor mij net als dat kinderen aan mij vroeger vroegen ‘wat geloof je dan?’ dat ik dan zei ‘ik ben katholiek opgevoed maar ik heb mijn eigen geloof’, ‘maar wat geloof je dan?’, ik zei ‘maar het heeft niet een naam’. Veel mensen wilden dan een naam ‘ben je dan Boeddhist?’ of ‘ben je dan dit of ben je dan dat’… ‘nee, ik heb mijn eigen geloof’. Dat zijn dingen daar heb ik ook nooit behoefte aan gehad om die uit te willen leggen omdat ze voor mij kloppen. En alles wat ik daarin probeer uit te leggen, klopt niet meer met hoe het voor mij zit.

En dat is eigenlijk met dit ook. Als ik jou moet gaan vertellen wat ik geloof wat daar zit dan is ieder woord wat ik gebruik dat klopt niet met wat ik daar werkelijk in zie. Ik heb daar dus geen woorden voor.

Laat ik het zo zeggen: dit kopje [het kopje dat op de tafel staat] is dan het ‘naakte kopje’
Nee wat in het kopje zit.

Wat ín het kopje zit, juist ja, koffie. Daar omheen zitten de dimensies waarmee ze wetenschappelijk kijken naar Quality of Life. Maar jij zegt het gaat eigenlijk niet om de dimensies eromheen?
Maar die dimensies eromheen zorgen wel voor jouw Quality of Life.

Je zegt ‘stel dat het met je werk wat minder voelt: dan moet je eerste teruggaan naar dat ‘naakte ik’’ en dan pas ga je kijken naar het andere, zeg maar de hele waaier van de dimensies?
Wat ik in de praktijk heel veel tegenkom, is dat ze scheef komen te hangen. Dat ze een helft van hun talent heel erg uit-ontwikkelen in hun leven maar dat de andere helft in een kinderenergie blijft staan. Er komt altijd een moment waar dat verschil te groot wordt waardoor het niet meer werkt. Daarop zie je dat mensen ongelukkig worden en wat ga je dan als eerste doen: op je eigen talent nog harder in de beweging zitten omdat je denkt dat je daar weer gelukkig van wordt. Maar daar word je niet gelukkig van. Dus de kunst is om dat andere stuk iets omhoog te gaan halen. Dat is heel vaak blijven liggen op een oude pijn. Ik geloof niet zozeer dat je daarnaar terug moet om door al die pijnen heen te gaan, nee, maar wel om dat stuk volwassen te laten worden. In dat stuk wat je ontwikkeld hebt te gaan kijken. Kan je daar nu in een ander evenwicht komen? Als mensen zeggen ‘mijn hoofd zit zo vol, het is zo topzwaar’. Dan moet je toch beginnen met je hoofd om eerst te gaan beseffen en om dat ook weer in een reëel plaatje te gieten van wat er aan de hand is. Je kan niet zeggen ‘ik stop m’n hoofd drie dagen in de koelkast’. Als ik zou zeggen ‘ga jij maar in coma kasplantje spelen dan komt het daarna wel goed’.. nee, natuurlijk niet.

Alles waar wij nu zo in mindfullness of mindlessness, zoals Claudia de Breij dat zo leuk had aangeven, dan denk ik dat zijn allemaal wel helemaal mooie vormen en het is ook allemaal mooi bedacht hoe het werkt maar voor mij draait alles in het leven om tegenstellingen die met elkaar samen leven. Het woord ‘balans’ is een beetje truttig op het moment en misschien ook niet helemaal goed om te gebruiken maar het is wel waar alles heen gaat. Als mensen zeggen ‘ja, in oorlog’ of ‘wat er in Parijs is gebeurd’ of ‘van die jonge kinderen die sterven wat heeft het dan voor nut’ dan denk ik vanuit de religie die mensen hier vooral aanhangen, heeft God zelfs een duivel geschapen om een tegenhanger te geven. Tegenover het licht staat donker. Kennen we geen verdriet dan zouden we niet weten wat vreugde is. Alles heeft een tegenstelling dat is de natuurlijke vorm van onze natuur. En dat wij mensen dan allemaal het liefste vrede op aarde en alles lief en leuk willen hebben, is een nobel streven maar het is natuurlijk tegelijkertijd iets wat we helemaal niet echt willen. Wat dan is er niks. Je moet je aan iets kunnen spiegelen. Er moet iets zijn waarmee dat kan. En daar heb je dan vervolgens wel een keuze in van wat je daarin wil doen. Dat vind ik heel interessant. Om ook te zorgen dat mensen kijken naar die kant die ze liever niet willen zien van zichzelf en er dan eigenlijk achter komen dat die kant nog veel leuker is dan de kant die ze nu in het licht hebben staan.

Dat geloof ik ook, ja. In mijn terminologie, dat ik nog aan het ontwikkelen ben, noem ik dat TijdRuimtes waarin mensen bewegen en als ze teveel in oude dingen nog zitten dan is het belangrijk dat ze dat eerste even een plek geven voordat ze nieuwe TijdRuimtes kunnen creëren.
Ik denk niet zozeer alleen maar een plek maar ik denk ook dat alles in een ontwikkeling mee moet groeien. En iedereen heeft daar ook een andere vorm (niet allemaal een hele andere vorm, anders zou je dingen niet kunnen categoriseren). Net als dat je leiders en volgers hebt. Dat het ook belangrijk is om te zien dat een deel heel erg graag gewoon z’n ding wil doen zonder dat hijzelf voorop wil lopen omdat het anders onveilig zou voelen Zo zijn er ook mensen als je ze ergens tussen in plaatst volledig misplaatst zouden zijn en die horen juist in die leidinggevende kant. Als je in die basis als heel jong af geserveerd ben, is het wel heel moeilijk om daar weer te komen. Wat ze wel eens zeggen: je grootste vijanden zijn ook je grootste vrienden: wat je ziet bij mensen die zich dan niet in het licht kunnen zetten, is dat ze heel erg bij een ander afkeuren wat ze zelf moeten ontwikkelen. Dus de persoon die vindt dat de ander teveel praatjes en poeha heeft die heeft vaak zelf zo afgeleerd om een vorm van macht te gebruiken (die niet altijd met poeha of de nodige franje hoeft te zijn) maar die wel belangrijk is om uitgepakt te worden en als die persoon alleen maar bezig is om zichzelf onzichtbaar te maken en daar ongelukkig van wordt dan moet je zo iemand weer gaan leren hoe je macht op een charmante manier kan gebruiken. Dat je niet het gevoel hebt dat je Hitler bent maar Nelson Mandela.

Dan zie je ook weer wat kleeft aan woorden, wat kleeft aan ervaringen. Kinderen die in Barneveld opgegroeid zijn en bepaalde dingen niet mochten vanuit religie die weggedrukt zijn en – we hadden het al over vrijheid, van hoe belangrijk vrijheid is – dat je daarin een beknotting ziet en dat komt ergens naar buiten. Meestal als het naar buiten moet dan komt het onderhuids. Als je kijkt naar dat verhaal van Clinton met de Monica Lewinsky affaire. Degene die daar echt drie boekdelen over geschreven heeft, is een man die daar alle taboes op heeft zitten. Alle taboes op seksualiteit. Maar die man heeft er wel drie boeken overgeschreven.

Dat er ook agenten zijn die zich met kinderporno bezig moeten houden, functioneel gezien. Dat is soms een keuze van aan welke kant sta je met iets. Maar ook met waar liggen toch raakvlakken. Want iets wat je nodig hebt en iets wat je verstopt dat komt ergens toch op je pad. Hoe dan ook. Ik denk dat het niet altijd nodig is om daarnaar te kijken: er zijn ook mensen die gewoon heel gelukkig zijn door daar gewoon in te zitten. Maar ik denk wel dat hoe intelligenter we in het leven gaan staan hoe meer we daarin ook gaan zien als het niet klopt. En dan is het wel belangrijk om mensen bewust te maken. En volgens mij zitten we nu in een tijd dat alles wat niet klopt boven komt drijven… daarom ook zoveel onrust in de wereld.

Wat moet je dan doen om je Quality of Life te optimaliseren?
Ik denk dat een goed contact met jezelf en een goed contact met je omgeving daarin van levensbelang is. Ik denk nooit dat je een goede Quality of Life kunt hebben als je daar het contact niet mee hebt en je wilt het op een intelligenter niveau. Als je kijkt naar mensen die simpel in het leven staan: die hebben een geweldige Quality of Life. Maar op het moment, dat is ook een beetje het verhaal van Adam en Eva, op het moment dat je van de appel snoept dan moet je ook dat paradijs uit en moet je je eigen paradijs weer gaan creëren. Dat is geen makkelijke weg maar wel een hele boeiende.

 

Quality of Life van omgeving. Je bent nu terug naar de roots in Den Haag?
Het zijn niet echt mijn roots maar wel de roots van waar ik mijn praktijk begon.

Zoals ik je dan ken van Weesp, naar wat is het, Den Haag
En tussendoor Rotterdam, Zeeland, Zwolle

De Zilk, je bent natuurlijk van Weesp naar De Zilk naar Den Haag naar Zwolle naar Den Haag
Ja en Rotterdam is een tijdje geweest, Middelburg is geweest, Domburg is geweest, Oisterwijk is geweest.

Zo, een echte zwerver
Een globetrotter.

Wat is de Quality of Life van de omgeving. Heeft die invloed?
Dat denk ik wel. Alles wat in je omgeving zit, heeft invloed. Op de één meer als op de ander. Ik denk hoe ontvankelijker je bent hoe meer die omgeving van invloed is. Dat begint natuurlijk in onze kindertijd. Wat we meekrijgen: dat is ook een stuk kleur die we dragen en moeilijk afleggen. Ik merk dat als ik in de buurt van de zee zit dat mijn Quality of Life heel veel fijner voelt dan als wanneer ik daar ver vandaan zit. Dat is natuurlijk ook gevoelsmatig want het is echt niet dat ik iedere dag aan zee zit en hoewel ik hier het gevoel heb dat ik ‘m ruiken kan, is dat natuurlijk helemaal niet waar. Maar ja, het zijn gevoelsenergieën. Dus het feit dat ik op m’n fiets kan stappen en inderdaad binnen 20 minuten op het strand kan zitten, geeft mij het gevoel van vrijheid en aan zee zijn. Op het moment dat ik daar twee uur voor in de auto moet zitten dan mis ik daar iets in. Dat heeft op mij invloed, op mijn Quality of Life. Maar soms zijn het wel dingen die je moet ontdekken. Ik ben in Zeeland opgegroeid. Ik heb altijd zo dicht bij het strand gewoond.

Waar ben je opgegroeid?
Middelburg en Domburg.

Mooie omgeving
En ik hou van de natuur. Op een gegeven moment toen ik in Brabant zat, daar heb je heel veel van die vennetjes in het bos, dacht ik ‘ach het hoeft niet perse zee te zijn: water en bos samen is ook goed’. Totdat ik naar Zwolle ging en waar mensen zich daar helemaal over de IJssel kunnen uitbuigen met liefelijke kanten waarvan ik denk ‘ja, dit is geen water’. Dat is het niet. Met die energie heb ik het dus niet.

Ik denk wel dat sowieso natuur voor mij meerwaarde geeft. Ik vind de natuur gewoon heel inspirerend en ik vind het heerlijk om nu in de stad te wonen wat mensen ook nog wel eens onlogisch vinden met mijn verhaal en dat zweeft natuurlijk ook nog wel eens heen en weer van heel dicht bij de natuur naar tot helemaal midden in de stad. Ik heb ze allebei nodig. Het dynamische en het ontwikkelen wat je in een stad ziet. Wat ik op het platteland vaak veel te saai vind, waar mensen wat minder naar zichzelf willen kijken maar waarin de natuur wel weer heel inspirerend is. Op dit moment vind ik het lekker om in de stad te wonen en de natuur in te kunnen trekken maar ik sluit niet uit dat het over een bepaalde tijd is dat ik gewoon weer een soort boomhut wil en dan fiets ik wel naar de stad toe.

Maar ook gewoon de mensen om je heen zijn van invloed. Ik geloof dat die rijke DJ die lezingen door het land heen geeft dat hij ook zegt: van de zeven mensen die die het dichtste om je heen staan, het gemiddelde daarvan dat ben jij. En dan denk ik: ja, op zich zit daar wel iets in. Van dat wat je om je heen verzamelt daar zit toch ook wel kleur en inspiratie in. Natuurlijk ook andersom: je zoekt op een gegeven moment in je leven ook mensen die passen bij waar je staat. Het is ook een veel gegeven issue van ‘mijn omgeving klopt niet meer’, ‘ik voel dat mijn omgeving stil staat en ik wil vooruit’. Het moment dat je jezelf vooruit brengt en de omgeving ontwikkelt daarin niet mee dan ga je dat verschil voelen en dat is wat natuurlijk ook in veel relaties op een gegeven moment dwars ligt. Niet met slechte bedoelingen maar wel omdat je daarin niet samen beweegt.

Veel mensen roepen ook ‘alles draait om communicatie, je moet blijven communiceren’. Dan denk ik, ja, het is samen: het is communicatie én het plaatje. Sommige dingen hoef je niet altijd uit te leggen maar moet je wel ernaar leven of naar handelen. Op het moment dat daar dingen heel scheef in komen te staan of de ander maakt die vertaalslag niet dan krijg je dus dingen die heel erg uit elkaar kunnen groeien.

Die passen dan niet meer?
Nee maar dat wil niet zeggen dat daardoor het verleden ook slecht geweest is. Nee, het heeft ook altijd ergens zijn invloed en voeding. Het kan ook op een gegeven moment zijn dat je denkt van ‘ik heb nu teveel worstenbroodjes gegeten, even geen vlees meer’. En dan vraagt het om een nieuwe fase.

Voor mij is dat ook altijd duidelijk geweest met willen verhuizen. Een nieuwe fase heeft bij mij ook altijd om een nieuw huis gevraagd.

Zit er ook een patroon in voor jezelf?
Voor mij wel, op echt ieder moment dat ik merk dat ik zelf een belangrijke stap zet dan merk ik dat ik ook letterlijk uit mijn huis gegroeid ben of ik dat ik daar de voeding uitgehaald heb en dat er een ander stuk bij me past. Dat wil niet zeggen dat iemand die 80 jaar in hetzelfde huis woont niet ontwikkelt maar die blijft dan ontwikkelen waar dat huis wel bij past. Dat is ook goed. Dat is ook okay. Maar dat is niet mijn manier.

Ik denk dat het de kunst is om mensen in hun eigen waarde te laten. We hebben zo snel een oordeel over alles wat anders is waarvan we zelf denken dat het goed is. In mijn zakelijke sessies is altijd de grootste uitdaging als ik lucht en vuur in één team tegenkom. Dat zijn mensen die niet met elkaar kunnen werken. Elkaar ook totaal niet begrijpen wat ik altijd heel erg leuk vind want daar kan ik heel veel over uitleggen en dan zie je dat er een soort begrip komt en dan is er bijna een gêne, terwijl er hele mooie dingen uitkomen, dat creëer je dan door begrip.

Daar gaat een heleboel in mis: dat heel veel mensen alleen maar kunnen kijken zoals ze zelf denken. Ik denk dat dat nou één van mijn talenten is waarin ik, doordat ik zoveel stukjes, facetten in mezelf heb dat ik ook die verschillende facetten bij een ander beter begrijp.

Het is niet zo vreemd dat mensen vanuit hun eigen ik kijken
Nee, dat is heel normaal. Als jij een zere knie hebt en iemand leg daar een rode zakdoek over en hij geneest dat je dan tegen iedereen die bij jou langskomt met een zere knie zegt ‘oh daar moet je een rode zakdoek opleggen’. Dat doe je als mens want je wilt dat de ander net zo gelukkig is als jij of geen ongemakken kent en je werkt vanuit je ervaring.

Het is heel moeilijk als iemand tegen mij zegt ‘oh slik maar hier, een pilletje nemen of dat pilletje’.. ja, ik slik liever geen pillen. En ik kan me vaak beter voelen door een wandeling te gaan maken in de natuur. Dat wil niet zeggen dat ik geen pil zal nemen als dat werkelijk nodig is maar ik zal er niet heel snel naar grijpen. Iemand die dat wel heel snel doet, vindt het heel ongemakkelijk dat ik dat niet doe. Kunst is om een groter begrip te creëren dat ieder zijn eigen patronen daarin heeft.

Ik denk dat dit voor mij ook iets is geweest. Op een gegeven moment merkte ik dat ik zoveel ravijnen aan het dichtplamuren was bij mensen om ze maar niet te laten vallen in het leven. Dat ik op een gegeven moment dacht van hoe kan het ‘als ik hier de boel dicht dan vallen ze aan de andere kant van de berg af’. Ik werd er alleen maar drukker van en ik moest nog veel meer doen en lag er soms zelfs ‘s nachts van wakker. Totdat ik besefte waar heb ik nu in het leven het meeste van geleerd? Ja, eigenlijk wel die keer dat ik van die berg afgezodeflikkerd ben en in mijn eentje weer ergens omhoog moest krabbelen. En toen dacht ik ‘wat heb ik dan gemist?’. Nou iemand die mij kon vertellen op dat moment dat ik het wel zou redden. Het gaat niet om iemand die mij op z’n nek had gezet en op een bergtop had gezet maar meer om een soort cheerleaderteam wat daar had gestaan met van ‘he meid je kan het!’. De één haalt het makkelijker uit zichzelf dan de ander. Ik vind dat in een stukje coaching ook belangrijk om mensen weer te laten zien wat ze zelf kunnen en ze de support te geven omdat te doen wat ze eigenlijk al voelen dat ze moeten doen. En dat verbetert de Quality of Life.

 

Wat is de Quality of Life van Indonesië?
Ik ben met de Marine voor het eerst in Indonesië geweest en ik heb toen een reis gemaakt langs een aantal hele mooie landen waarvan India en Indonesië mij heel erg gepakt hebben en waarvan ik toen gezegd heb van hier wil ik een keer langer naar terug. En na mijn eerste jaar praktijk in Den Haag heb ik ook getwijfeld: ga ik naar India of ga ik naar Indonesië. Ik heb toen voor Indonesië gekozen omdat het in die tijd, het was in 1990 of 1991, Indonesië veiliger voelde om als vrouw alleen heen te gaan.

Ik heb de eerste maand met een reisorganisatie gedaan omdat ik heel veel wilde zien: Java, Sumatra en Bali. En daarna ben ik zelf doorgegaan. Een aantal andere eilanden gezien en ook nog een stukje Maleisië gedaan. Ook nog een keer naar Bali teruggegaan omdat Bali in die tijd al wat toeristen gewend was en ik op andere eilanden kwam waar helemaal geen toeristen kwamen in die tijd. Daar waar ik dacht even alleen in de natuur te staan, had ik binnen vijf minuten een heel dorp om me heen wat ook allemaal aan me wilde zitten en waarvan ik had ‘laaaat me even alleen’. Dan moest ik mee naar het dorpshoofd en wat in het begin dan allemaal heel spannend en leuk lijkt, was op een gegeven moment gewoon zo simpel niet fijn voor mij dat ik terug wilde naar Bali.

Zoveel ceremonies en liefdevolle mensen. In Bali voelt het voor mij alsof de lucht zwanger is van zoveel liefdesenergie dat ik toen al zoiets had van ik wil hier mensen mee naar toe nemen. Ik wil mensen hier dingen laten ervaren. Ook in de retraites die ik daar gegeven heb. Mensen hadden van te voren van ‘waarom helemaal naar Bali, het is zo’n eind vliegen’ en de mensen die ik meenam die begrepen ook waarom het alleen op Bali kon en niet op Schiermonnikoog of ergens anders waar je ook leuke eilandjes hebt. Gewoon vanuit de ceremonie die je daar hebt en daarnaast is voor mij Indonesië gewoon lekker eten, hele lieve mensen, geweldige massages die ook allemaal heel betaalbaar zijn. Het nadeel vind ik dat heel veel mensen niet netjes betaald worden in Indonesië dus ik heb nooit in een resort willen werken waarin dat niet gebeurde. Dat is wel heel veel uitzoeken. Het is voor mij ook wel iets waar een deel van mijn hart ligt. Ik heb er zelf een oefening gedaan waarvan ik dacht van hier kom ik niet levend uit maar die uiteindelijk zoveel gedaan heeft over het ontmoeten van mijn eigen kracht dat ik daar mensen ook mee naar toe wil nemen. Het zijn niet de dingen die beschreven staan in de boeken van ‘Eten, bidden en beminnen’. Dat zijn echte charlatans daar.

Ik wil ook niet uitweiden over de mensen waar ik daar contact mee heb wat ik niet wil, is dat ze een toeristische attractie worden want ik betaal deze mensen wel en ik weet dat ik daar ook heel voorzichtig mee moet zijn want als mensen daar geld zien en ruiken dan is het ook heel snel in alles zo. Dus dat is moeilijk stukje. Maar het is voor mij ook wel iets van ik heb er heel veel gekregen en ik wil iets terugbrengen naar het land. Als mensen daar dan ook iets rijker van worden dan voelt het voor mij ook als een heen en weer verkeer. Dus voor mij is het een Quality of Life die bij mij hoort en ik dat ik graag ook mensen mee naartoe neem die daar klaar voor zijn.

 

Heb je zelf nog iets over Quality of Life dat je toe wilt voegen?
Gek is dat ik daar weinig over nagedacht hebt. Als iemand tegen mij zegt Quality of Life: dan denk ik het woord ‘geluk’ hangt daar zo snel aan vast. Ik denk dat mijn kwaliteit in het leven op z’n allerlekkerst is op het moment dat ik gewoon helemaal mezelf kan zijn. Daar ervaar ik ook een soort vrijheid maar ook een soort completer mogen zijn. Er zit nergens een stuk afkeuring op. Daar zit een heelheid voor mij in die gewoon in z’n totaliteit klopt. Helaas kan ik die ook maar heel kort vasthouden. Want er is altijd wel weer iets waardoor je toch onzeker wordt of waar je valkuilen tegenkomt of tegen dingen aan wilt schoppen die je dan toch heel kwetsbaar maken maar ik denk dat mijn Quality of Life daar wel staat. Ik vind het heerlijk om bij mensen te zien als ik ze ook in die kwaliteit kan krijgen, dat ik echt zie dat ze hun licht aan gaan zetten en gaan stralen en ik kan me dan ook echt heel gelukkig voelen dat ik een ander mag begeleiden op dat pad. Het kan me soms ook heel erg raken als ik in de praktijk voor het eerst mensen tegenkom en dat ik echt zie hoe hard ze knokken en hun best doen en eigenlijk langs zichzelf heenlopen en maar meer en meer hun best doen om te conformeren aan wat ze ooit aangeleerd is wat ze moeten doen en niet in de gaten hebben en in eerste instantie nog ontkennen. Dat vind ik echt hele rakende gesprekken en als ik dan soms na jaren terug hoor van mensen dat ze dan door terugluisteren naar zo’n bandje of CD [Conny neemt haar sessie op en je krijgt deze op CD mee] dat ze in één keer toch dat kwartje hebben kunnen laten vallen dan denk ik ‘ja, dan is het goed’. Er wil ook wel eens een keer bij iemand niks vallen dan denk ik het zou voor mij nooit de reden zijn om te stoppen met wat ik doe, maar ik vind het wel het mooiste dat de kwaliteit van leven bij een ander ook meer kwaliteit kan hebben.

 

[Als we nog napraten na het interview komt Conny nog met een andere mooie wijsheid] kun je uitleggen over dat mensen voor hun talent gaan zitten?

Ik leg het vaak uit vanuit kleuren naar mensen toe. Op het moment dat je in een rood gezin geboren wordt als rood mens zoek je ook een rode relatie op, krijg je rode kinderen, rood werk, je zoekt een rood huis en dat klopt. Heb je dan een therapeut nodig dan kies je ook een rode therapeut en dat werkt.

Ik werk met ‘aarde, vuur, water, lucht’ als ik dat in verschillende kleuren zou vertalen dan laat ook zien dat ik alle kleuren, bijna alle kleuren, in mijn pocket heb zitten waardoor ik zelf ook alle kleuren nodig heb. Dat betekent dat als ik naar een rode therapeut ga dat drie kanten van mij niet aangeraakt worden door zo’n therapeut.

Waar mijn specialiteit ligt is met mensen te werken die meerdere kleuren in zichzelf hebben zitten en vanuit meerdere ingangen iets nodig hebben. Ik denk dat dat mij onderscheid in mijn werk omdat ik de Quality of Life bij een ander vollediger kan raken dan iemand die op één spoor zit. Wat niet iets verkeerds wil zeggen over mensen op één spoor want die zijn nog steeds perfect voor iemand die dezelfde kleur heeft. Alleen iemand die rood en blauw is en die krijgt alleen maar rood in een therapievorm en zal kan daar nooit helemaal gelukkig in worden terwijl er wel iets is wat raakt. Zou zo’n iemand daarna voor blauw gaan dan raakt er ook iets maar dan is het ook niet compleet. Wat deze mensen vaak doen, is dat ze daarna op zoek gaan naar geel, naar groen, naar paars, naar zilver,… en steeds verder weglopen omdat niemand hun leert dat ze die eigenschappen mogen bundelen.

Wij zitten ook in een maatschappij waarin het al heel snel is van dat je anders teveel wil en ‘doe maar bescheiden, doe maar gewoon’. Maar het moet wel bij je horen en bij bepaalde mensen hoort bescheidenheid en hoort één spoor en ga je rode mensen iets blauws voeren dan komt het echt compleet niet aan en slaat het echt de plank mis. Maar er zijn gewoon ook heel veel mensen die toch op een ander spoor hangen of op meerdere kleuren tegelijkertijd iets nodig hebben. Dat heb ik natuurlijk zelf ook gehad in mijn jeugd dat je iedere keer iets anders pakt en uiteindelijk de boel samenvoegt en dat is wel als ik nu coach dat ik al die dingen samenvoeg in een programma waardoor je ook vanuit die verschillende kanten iets neer kan leggen.

In mijn retraites is er altijd een ander moment waarop iemand in de groep z’n echte kapstokje vindt en zijn ding kan doen omdat ieder op een ander veld en een andere kleur in dat systeem zit.

Maar dat betekent ook dat ik heel snel verveeld ben met mensen met één kleur. Terwijl die ook wel iets kunnen vertellen over die kleur maar het is voor mij heel snel ‘dat weet ik allemaal al wel, komt er nou echt nog iets?’ En als ik een hoop geld voor een workshop uitgeef dan wil ik ook met iets naar huis en dan merk ik dat er mensen in de zaal zitten die helemaal lyrisch zijn terwijl ik dan denk ‘kleuterschool’. En dat is soms lastig. Tegelijkertijd is er ook een besef dat ik wel veel dingen gedaan heb en ik heb inderdaad meerdere insteken nodig. Dat iemand zichzelf dan ook als een soort goeroe beschouwd en heel veel geld verdiend met z’n rode kunstje, ja ik snap het best want er zijn heel veel rode mensen. Alleen er zijn ook heel veel mensen die niet (volledig) geraakt zijn en die hebben iets anders nodig.

Wat bedoelde je [net eerder] over dat mensen zich moeten herpositioneren ten opzichte van hun talent?
Het komt vaker naar voren in de systeemopstelling: je ziet dat mensen zich zo verscholen hebben achter hun talent of een bepaalde kwaliteit en die zo uitvergroot hebben dat als ze daar zelf achterstaan. Je ziet alleen nog maar dat talent staan. Alsof er ergens een grote muur is komen te staan en daarachter sta je zelf. Door in die posities iets te gaan veranderen waardoor dat eigen stuk weer het licht en het zicht krijgt en dat talent ondersteuning aan jou kan geven en niet de boel over neemt. Door dat alles weer in de juiste positie staat, zie je ook dat mensen weer hele andere stappen kunnen gaan maken waar ze ook persoonlijk veel geluk kunnen halen. Dus ook weer persoonlijk erkend voelen in wie ze zijn. Dat noem ik je licht aanzetten!

 

connyschoonen.nl

Conny Schoonen

Conny Schoonen