Inspiraties

Pater Helwig: grijp- en schotelbewustzijn

In de voorbereiding op het interview met abt Henry Vesseur van de Sint Willibrords Abdij in Doetinchem kwam ik mijn oude aantekeningen tegen: Pater Helwig zijn zenmeditatie-uitleg tijdens de zenweekenden in het Stiltecentrum Betlehem (dat bij de abdij hoort).

Pater Helwig verklaarde het als volgt: mensen hebben niet één echter twee vormen van bewustzijn. Het ene is degene die je bij je denken gebruikt: het grijpbewustzijn. De ander is een ontvangend schotelbewustzijn dat in je buik zetelt. De eerste wordt in deze tijd volop gebruikt. De tweede is in onbruik geraakt. Er zit stof op. Bij meditatie wordt als het ware het stof eraf geblazen en ontstaat er ruimte zodat het ontvangend bewustzijn actief wordt.

Er zijn dus twee soorten bewustzijn:

  • Grijpbewustzijn: pakken, grijpen: naar buiten gericht (sinds 16de eeuw sterk ontwikkeld)
  • Schotelbewustzijn is als een radar onder het stof: hier grijpt de werkelijkheid (dus net andersom)

In het schaalbewustzijn daar ben je in God: je ‘is God’. Hier ervaar je – het bewustzijn is volledig gebaseerd op ervaring.

Met je zintuigen word je gewaar van ‘ik’:

  • Ratio: denken
  • Passies: voelen
  • Wil: willen

Dus: ik denk, ik voel, ik wil… daarom besta ik.
De passies? Ja, een mens is ook een dier.
Het schotelbewustzijn is het oorspronkelijke bewustzijn. Dat hebben dieren ook, elk levend wezen.

Grijpbewustzijn heeft veel met ratio te maken, daarmee met taal en dus zelfbewustzijn. Je creëert jezelf steeds weer door tegen jezelf te praten. Taal heeft bij de mens het zelfbewustzijn ontwikkeld, geëvolueerd (en vice versa). Daardoor zijn we los komen te staan van het oorspronkelijk bewustzijn en treedt er conflict op. Daar bovenop komt nog eens dat tussen de vermogens onderling spanning kan optreden. Denk maar eens aan ‘ik zou dat koekje wel willen’ (passie, ik voel) en ‘ik neem het echter niet vanwege de lijn’ (wil, ik wil).

Rituelen helpen om dit oorspronkelijk bewustzijn weer te ontwikkelen; om je de werkelijkheid aan te laten raken. Dit bewustzijn is fysiek gevestigd in de buik. In de buik: dus afzakken.

Oorspronkelijk bewustzijn impliceert direct afstemmen op de werkelijkheid. Laat de werkelijkheid je inpakken, grijpen, aanraken. In de werkelijkheid is er geen onwetendheid, het ‘is’.

  • Grijpbewustzijn: eindig / allen
  • Oorspronkelijk schotelbewustzijn: oneindig / één

Japanners zouden bijvoorbeeld bij een sesshin (meditatie sessie) niet eerst uitleg krijgen. Ze moeten direct aan de slag. De ervaring staat centraal en daarna pas het leren. In het Westen is het echter eerst leren en dan pas ervaren; eerst willen we weten en daarna pas doen.

In de dagelijkse wereld telt presteren; het grijpbewustzijn is volop actief. Wu-wei (Japans begrip voor handelen door niet-handelen) is omdraaien; laat je maar ‘gegrepen worden’ door dat wat de wereld je wilt vertellen.

In grijpbewustzijn is het kennen altijd beperkt tot kaders, mogelijkheden en beperkingen van zintuigen, frequentie, aandacht, etc. Denken is beperkt tot ca. 60.000 gedachten per etmaal – waarvan er heel veel hetzelfde zijn als bij een liedje dat steeds afgedraaid wordt.

Als je alleen maar wilt grijpen, ontglipt je alles. Vergelijk het met een aal; verzin een list, verander de context en het komt naar je toe.

 

dat voel ik ook zo
de ademhaling gaat langzamer
rechte rug
je bekken een beetje kantelen
kin iets naar beneden
focus, stil worden
voel je hart en dan gaat het
boem, boem, boem
boem, boem, boem
boe—————–men je bent ineens in je
je hoort anders, ziet anders
scherper
het is dezelfde werkelijkheid
het is rustiger
oh, wat is het mooi stil
je ‘denkt’ nog wel
maar minder
als op een afstand
alsof je naar jezelf luistert zoals je naar
iemand anders zou luisteren